Benodigdheden:

  • 2 komkommers
  • 1 grote ui
  • 2 kemirinoten
  • Snufje trassi
  • 1 theelepel sambal oelek
  • 2 tenen knoflook
  • 1 theelepel pindakaas
  • Azijn naar smaak
  • Suiker naar smaak
  • Zout

Bereiding:

Komkommers schillen en in blokjes of dikke repen snijden. De komkommer stukken met zout bestrooien en dit 20 minuten laten staan. Na deze 20 minuten de komkommers afspoelen.

Kemirinoten klein maken; met bijvoorbeeld een schaaf. En daarna de schaafsels kort roosteren in de koekenpan.

De ui snipperen en iets fruiten in de koekenpan.

Alle ingredienten bij elkaar doen in de kom en naar smaak azijn en suiker toevoegen.

Relatief

[relaˈtif] beoordeeld ten opzichte van iets anders

En als dat ‘iets anders’ veranderd, dan is heeft het beoordeelde item opeens ook een andere waarde, of betekenis. Zo veranderen er door de tijd heen veel betekenissen van diverse woorden. En zijn veel woorden opeens relatief. Ik besefte opeens dat het enige woord dat zijn waarde vast houdt ‘relatief’ heet. Relatief is opeens het woord zonder inflatie, het betekend altijd dat wat het ooit betekende. Maar zal dat het ook blijven doen? In tegenstelling tot de woorden die relatief zijn. Ik vraag mij af, wat is de waarde nog van een woord als het op de tijdlijn van ons bestaan steeds veranderd van betekenis?

Ik heb het niet over prijzen die relatief duur of goedkoop zijn, zoals men kan ondervinden in onze supermarktoorlogen. Daarentegen is het woord supermarktoorlog wel relatief. Het is pas supermarktoorlog als het iets anders is dan concurrentie.

Armoede. Wanneer is het armoede? Ik denk dat wanneer je geen pleepapier hebt om je kont mee af te vegen en je mag hopen op een druppel water om te drinken per dag, dat je dan wel spreekt van (extreme) armoede. Dat is wellicht de armoede die ze in Afrika kennen. Armoede is namelijk een relatief begrip. Ik zou zeggen; Nederland kent geen armoede. Maar ik heb het dan fout. Vanwege het beroep op de ‘relatieve woorden’, bestaat er in Nederland dus armoede. Omdat Nederland een welvarend land is met veel geld bij de meeste mensen in de zakken, zijn zij die dat niet hebben; Armoedig. De armoede wordt beoordeeld ten opzichte van je omgeving. Dus… hoe rijker de buurman is, des te armer ben jezelf. Natuurlijk heb je meer rijke buurmannen nodig dan die ene die naast je woont, het moet natuurlijk wel een standaard vertegenwoordigen.

In 2012; als je als alleenstaande minder dan 1040 euro per maand te besteden had.
Euhm.. en waaraan moet je dat besteden dan? Is dit niet een verschikkelijke uitspraak? Evenals de krantenkoppen die vorig jaar riepen: Een gezin dat niet eenmaal per jaar op vakantie kan, heeft armoede. Er was een tijd in Nederland dat je van armoede sprak als je geen groente op tafel kon zetten bij het avond eten. En nu kiest menig Nederlander om geen groente op tafel te zetten, geeft geld uit aan luxe, maar zodra er minder dan 1040 euro per maand op de rekening gestort wordt, heet het armoede. Armoede is voor mij niet enkel meer een relatief begrip, het is van gedaante veranderd. Armoede is niet dat je niet op vakantie kan omdat je een dure spelcomputer hebt. Armoede is niet dat je in een kast van een huis woont en daarom niet op vakantie kan. Armoede is niet als je 1040 euro binnen harkt en je niet op vakantie kan. Armoede is hier een antwoord op een niet gestelde vraag. Als 1040 euro de armoede grens is, dan is de vraag: Ten opzichte van wat? Is de term armoede niet gewoon de oplossing voor alle rijke stinkerds? De vrijbrief. Een aai over je bol. “Het is heel sneu dat we over jou rug onze zakken  volproppen, maar kijk hier heb je een stempel; armoede, nu weet iedereen dat je minder bedeeld bent en wordt je vast geholpen. ” Misschien dat de arme mensen dan niet naar de rijke stinkerds kijken, maar zich enkel blijven focussen op de term Armoede. Het werkt wel, helaas. Het liefst zou ik zeggen: u bent niet arm, u wordt gewoon het meest bedonderd! (en u trapt er nog in ook)

Dit was slechts een voorbeeld. Ik heb onbegrip gekregen voor vele woorden die zogenaamd relatief zijn, waarbij het woord relatief zelf misbruikt wordt om het beestje maar een naam te geven. Ik ben bang dat het niet lang meer duurt voordat relatief zelf relatief is. En het is niet alleen de armoede. Denk aan andere begrippen: Discriminatie, criminaliteit, verslaving, media-nieuws, opvoeding en nog veel meer maatschappelijke vraagstukken.

 

Relatief [relaˈtif] het antwoord op de (nog) niet gestelde vraag

Hoe later vroeger werd.

Vroeger sprak je over later en later sprak je over vroeger. ‘Als ik later groot ben dan…’ en ik maakte de zinnen altijd af met de meest niet maatschappelijk verantwoorde fictieve gedachten. Later als ik groot ben. Langzaam veranderd het in ‘je leeft maar één keer’ en ‘waarom later als het nu kan’. Uiteindelijk begin je steeds meer te spreken over vroeger en opeens begin je weer aan die ene welbekende zin en stop je halverwege; ‘later als…’

Wanneer is later vroeger geworden? Heeft het met leeftijd te maken? Met volwassenheid? Of is het besef eindelijk tot je door gedrongen dat niet elke droom uit komt. Wat maakt het dat je opeens van alles-naar-‘later’, naar ‘nu’ verschuift of gewoon niet meer doet. Hebben we ons zelf geconditioneerd? Zijn we onbewust naar ons zelf toe allemaal een kleine Pavlov geweest? Pavlov? Of eerder Skinner. De operante versie. Omdat onze dromen niet uitkomen, dromen we niet meer? Omdat onze handeling gecombineerd wordt met een negatieve lading, doen we die handeling niet meer. We dromen niet meer over later omdat later nooit komt, of omdat het later is en de droom niet uitgekomen is.

Ben je naïef te noemen als je op zeker leeftijd nog steeds in je eigen dromen gelooft? Dat je op je 30e nog steeds spreekt over ‘later als ik groot ben’. Dat jij dan als enige 30 jarige nog niet door hebt dat later niet komt of dat je dromen niet uitkomen. En natuurlijk worden we ouder, het later heeft dan ook geen betrekking op het ouder worden, maar de tijd die men nodig heeft om zijn droom te verwezenlijken. En omdat tijd zo lekker relatief is, kan een ieder ook zelf bepalen wanneer later is en wanneer niet. Er kan geen leeftijd aan gehangen worden.

Zou ‘later als ik groot ben’ niet beter kunnen verdwijnen uit de maatschappij. Ik denk dat we daar meer mee opschieten dan zwarte Piet de deur te wijze. Later als ik groot ben, dan wil ik een prinses zijn. Nou ik zou depressief worden als ik geen prinses zou worden. Ik zou er van leren dat dromen en wensen hebben, verdoen van je tijd is. Of heb ik een gebrek aan realiteit en relativeringsvermogen?

Ik ben nu eindelijk zover dat ik nu ook weet dat ‘later als ik groot ben’ net zo’n fabeltje is als Sinterklaas. Je gelooft erin en opeens is er iets in je directe milieu dat je geloof verstoord, je uit de droom haalt en je op basis van vertrouwen overhaalt te stoppen met geloven. Tja met keiharde bewijzen kwamen ze niet toen mijn tante en oom vertelde dat Sinterklaas helemaal niet bestond. Het was niet dat ze een Sinterklaas ontvoerd hadden en deze stuk voor stuk ontleden van zijn verkleedattributen. Ik heb dat klakkeloos aangenomen, ben naar mama gerent en die bevestigde het ook. Niks geen bewijzen. Nu is er één ding wat wel gebeurd ‘later als je groot bent’, het vertrouwen in andere verdwijnt. Er zullen dus meer bewijzen moeten komen, eer ik van mijn eigen geloof wil afstappen. Want eigen geloof is het sterkste wat er is, vooral bij dwarskoppen als ik.

Dus zo lang je in jezelf gelooft,  meerdere dimensies van realiteit hebt en een tikkeltje optimistisch bent, kun je nog heel lang door gaan met ‘later als ik groot ben’. En het is niet naïef, het is juist laten zien dat je bestand bent tegen (negatieve) conditionering. Het is geloven in jezelf, en dat is iets heel anders dan beloven aan jezelf!

Ik ga vooruit.

Mijn bestaan is een trein,
het trekt me door mn leven heen
ook al wil ik er nog niet zijn.

Ik moet nog dit en ik moet nog dat,
ik schreef briefjes met lijstjes
omdat ik het anders vergat.

ik ben er achter was het is,
het is niet de tijd,
maar het geduld dat ik mis.

Mijn innige klok is niet geijkt,
die loopt dagen vooruit,
waardoor het vandaag al gisteren lijkt.

Nu heb ik een fantastische schoonzus. Eigenlijk heb ik twee fantastische schoonzussen. Maar er kwam er 1 met een recept voor Ice Coffee. Omdat ik allerlei andere zaken aan mijn hoofd heb, noteer ik hier alvast haar recept, zodat ik en de rest het niet vergeten kan.

Men nemen:

– Hazelnoot oplos koffie van Dauwe Egberts

– Blik gecondenseerde melk van Friesche Vlag.

 

10 eetlepels oploskoffie oplossen in genoeg heet water. Doe het hele blik gecondenseerde melk erbij en meng het geheel.
Schenk van dit mengsel 100ml tot 200ml in een maatbeker. Dit is per persoon verschillend. De ene wil een wat sterkere smaak dan de ander.

Voeg aan je maatbeker inhoud ijsblokjes toe. Ongeveer vier stuks.
En schenk er melk bij tot 400ml.

Zet de staafmixer op het geheel, mix & klaar.

 

Succes!

Hoe trek jij door?

Ik moet wel eens plassen als ik ergens ben wat ik geen ‘thuis’ kan noemen. Uiteraard heb ik ook wel eens andere behoeften, die doe ik alleen maar als ik thuis ben. Ik ben behoorlijk eenkennig als het gaat om het toilet. En ik denk dat er meer zijn die dat herkennen. Uiteraard weet ik dat het kostenbesparend is als je bij een ander gaat kakken. Vooral als het je-blijft-maar-vegen-kak is, dan vliegen er zo wat velletjes doorheen. En dan te bedenken dat het zeeppompje ook niet uit zich zelf bijgevuld wordt. Dat is dan ook meestal de reden die ik toepas als ik dan toch echt bij iets of iemand anders naar de wc moet om te poepen. Anders kan ik het psychisch gewoon weg niet aan.

En in horeca gelegenheden heb je vaak meer dan 1 hokje waar de vrouwen kunnen toiletteren. Dat vind ik in mijn kronkelkop wel fijn. Ten eerste vind ik het iets hygiënischer; de bacteriën kunnen nu verdeeld zijn over meerdere potten en heb ik dus een kans om minder bacteriën op te lopen dan wanneer er maar één pot was. Trouwens uit één of ander onderzoek is gebleken dat de wc die het dichts bij de ingang van de toilettenhut zit het minst gebruikt wordt. Ik was daar heilig van overtuigd, totdat je in de pauze van een bioscoopfilm naar het toilet moet. Dan maakt het die andere 150 vrouwen echt niet meer uit welke ze pakken, daar waar je ‘klik’ hoort loop je naar toe en voordat de vorige vrouw er al uit is heb jij je broek al laten zakken. Maar daar gaat het me allemaal niet om.

Het tweede punt is waar het echt om gaat. Ik heb namelijk plasangst. Nouja ik had het eigenlijk. Angst voor het feit dat een ander jou hoort plassen. Gevold door het  duurt-te-lang-angst. Angst voor het feit dat wanneer je niet durft te plassen en je wacht totdat de toilethut weer ontdaan is van andere toiletgangers en dat dat dan te lang duurt. Ja een kortere zin kan ik er niet van maken, ik heb immers geen communicatie gestudeerd.
Maar dat je dan denkt dat andere denken; die zit daar wel erg lang, die zal vast zitten te poepen. Nou dan wacht ik al helemaal tot dat de hut leeg is en ik stiekem kan ontsnappen. Met volle blaas terug naar je plaats en dan maar wachten totdat er weer een gelegenheid is. Want tja, ze kunnen je natuurlijk niet 2 keer in een kwartier naar de wc zien gaan. Dank denken ze echt dat ik diarree heb ofzo.
Uiteraard heb ik een oplossing bedacht, want ik heb geen plas angst meer. Ik ga gewoon terug luisteren. Ik ga naar de wc en als er niemand is dan plas ik gewoon zoals ik dat altijd doe. Maar als er wel andere plassers zijn; dan wacht ik tot dat zij beginnen en dan gaat het bij mij gewoon van zelf. En dan denk ik; als zij luisteren dan doe ik ook gewoon terug luisteren.

Waar wil ik met dit verhaal naar toe? Nu we een inleiding hebben kan ik verder met mijn bevindingen:
Sommige mensen trekken eerst door en trekken dan hun broek omhoog en sommige mensen doen eerst de broek omhoog en alle ritsjes en riemen dicht voordat zij doortrekken. Ik ben een meteen-doortrekker. Zodra het kan trek ik door. Dan pas kleed ik mij weer aan.
Nu heb ik daar zelf een gedachte gang over. De mensen die sloom zijn op de wc die kleden zich eerst aan, met alle complexen gevallen die ze aan hebben. En de mensen die snelle pissers zijn die trekken eerst door en hoppa de broek omhoog.
Dus vraag je zelf eens af wat voor doortrekker jij bent 🙂

Sorry voor het misschien wat onsmakelijke verhaal, maar soms is de drang gewoon te groot. Dat kennen we allemaal toch wel?

Ik ken mezelf. Er ontbreekt zo nu en dan wel eens iets aan mij. Zo vergeet ik weleens een letter, punt of komma. Soms een heel woord, enkel als ik dicht is er niets dat mijn schrijven verstoort. En lichamelijk mis ik ook wat ballen. Zowel de spiervormige als de spreekwoordelijke. Ik heb namelijk het probleem dat ik mn bek niet open trek als er iets aan mij gevraagd wordt… Maar zodra er niets gevraagd wordt, vertel ik je alles. Zo heb ik dus altijd een ongevraagde mening en ben ik de onschuldige als het gaat om een gevraagde mening. Dan sla ik dicht, probeer ik de Zeeuwse dubbele ontkenningen uit en weet ik zelf 5minuten later niet meer wat ik gezegd heb. Dat vergeetachtige is ook zeer gewenst, anders liep ik hele dagen te malen over welke domme dingen ik nu weer uitsprak. Daarom ben ik ook gestopt met boodschappenbriefjes te maken, ik vergeet ze toch mee te nemen. In tegenstelling tot de legeflessenbonnen, die neem ik dan wel altijd weer mee….terug naar huis. Dat waren dan wel de meest dagelijkse mankementen. Maar ik heb zo’n half jaar geleden nog een mankement ontdekt bij mijzelf: het vrijheidsmankement. Het was daarvoor nooit een mankement, totdat ik op een koude december dag ergens in een wit overalletje bolussen stond in te pakken.

De lopende band draaide snel. En tegen over mij stond een meisje en als je haar zag werken, dan liep die band helemaal niet snel, ik werkte gewoon sloom. En na 2uur radiostilte begon ik dan maar eens: ‘djen dobre’ (fonetisch-Pools voor goededag)… Ah you speak polish, i don’t… Was het antwoord. Oké dan maar Engels. En in die maand sprak ik beter Pools dan dat ik ooit Engels kon. Heb ik weer dacht ik. Ze was Portugees. En ik wilde maar 1 ding weten. Wat doet zij hier? Waarom komen die Poolse Portugese mensen naar Nederland? De standpunten van Henk & Ingrid kende ik wel, baneninpikkers en criminaliteitverhogers zijn het. Henk & Ingrid zijn tegen-polen, en ik wilde de andere kant weten.

Ze kwam hier om te werken. Want in Portugal is de huur ‘ook’ 400eu in de maand en kost het ook geld om naar de dokter te kunnen. En studeren is net als hier, alleen dan zonder de stufie zoals we die hier kennen. En als je niet studeert dan ga je werken. Klonk wel logisch. Maar daar verdien je er 600eu per maand. En hier 800 tot wel 1200eu. Dat was dan het enige verschil. Ze kon niet studeren want daar was geen geld voor. En wie niet studeert heeft ook geen goed betaalde baan. Dat ken ik wel. Ik ben 5 jaar maar de hogeschool geweest, heb mn middelvinger opgestoken vlak voor mn scriptie en verdiende op dat moment dus even veel als haar. Dus zoveel verschillen zijn er niet. Behalve dus dat het minimum loon nog lager ligt om rond te kunnen komen.

Ze had een kut jaar achter de rug. Er was in Portugal een rijke meneer gekomen uit Nederland die veel geld beloofde. Ze moesten in een Polenbusje stappen, paspoort inleveren en alles zou goed komen. In Rotterdam werden ze aan de lopende band gezet voor 6eu per uur, zonder sofinummer en dan ging er nog 2eu per uur vanaf voor je onderdak, want je werd met 20 andere in een huis gepropt. Ik besefte dus dat het niet altijd een keuze is dat je dooie burenman ingewisseld wordt voor 20 Polen… Maar andersom is het dus ook niet altijd de keus van de Pool om naast jou met 19 andere te willen wonen. Dat bedrijf in Rotterdam met de dikke rijke Nederlandse meneer was een hel. En ze kregen pas na een jaar hun paspoort terug. Ze komen niet geheel uit zich zelf, Ze worden lekker gemaakt door rijke stinkerds… Nederland haalt ze zelf op, douwt ze zelf in huizen en richt ze zelf af. We hebben hier een soort van kweek-Polen. Al snel bleek dat de lopende band waar we aan stonden voor mij een hel was en voor haar een paradijs. Ze was de werkgever, die ik uitermate grappig en onuitstaanbaar tegelijk vond, zeer dankbaar. Respectvol sprak ze over haar baantje.
Oké… Maar waarom zeg je niet tegen je familie en vrienden dat het allemaal list en bedrog is? Dat doet ze ook. Ze geloven haar niet. Het is altijd nog beter dan ‘daar’. En als de rijke meneer weer komt staan ze vooraan in de rij.

Vind je het niet erg om zoveel huisgenoten te hebben? Nee ze was het gewend. Ik dacht: gewend?? Hoezo gewend? Tja thuis woont ze ook met oma, mama, 3 grote broers, haar kleine zusje en een Tante. Oké dan.. enne hoeveel werken er daar dan van? 5. 5? Euhm 5 X 600 is bij mij nog steeds 3000euro per maand. En daar gaat maar 1x400euro huur vanaf dus heb je nog 2600 per maand over om 7 man eten van te geven. Wtf doe je hier?? Ik voelde mezelf een Henk & Ingrid worden. Want waarom zou je hier banen inpikken en de criminaliteit verhogen? Het antwoord was simpel: ga jij toch lekker bij je moeder, oma, broers, zussen enzo wonen!

En zo ontstond mijn nieuwe mankement.

Ja, prop 7 Nederlandse lui in 1 huis. Met 7x het minimum inkomen. Je hebt nog steeds maar 1 wasmachine nodig en een idioot die hem aanzet. En toen kwam ik bij de vraag: wat is armoede? Is armoede dat je niet 1x per jaar op vakantie kan? Of is armoede een relatief begrip dat in stand wordt gehouden door de omgeving? Is armoede wel een begrip? Of is het een status geworden? Bestaat er wel collectieve armoede? Is het een keuze of niet? Enfin, ben blij dat ik open heb durven staan voor mijn nieuwe mankement. En ik heb er nog 7 gesproken en geïnterviewd. Ze kwamen met gelijke verhalen.

En zo betalen we allemaal dagelijks een premie voor onze eigen mankementen, onze vrijheidsmankementen.