Hoe later vroeger werd

Hoe later vroeger werd.

Vroeger sprak je over later en later sprak je over vroeger. ‘Als ik later groot ben dan…’ en ik maakte de zinnen altijd af met de meest niet maatschappelijk verantwoorde fictieve gedachten. Later als ik groot ben. Langzaam veranderd het in ‘je leeft maar één keer’ en ‘waarom later als het nu kan’. Uiteindelijk begin je steeds meer te spreken over vroeger en opeens begin je weer aan die ene welbekende zin en stop je halverwege; ‘later als…’

Wanneer is later vroeger geworden? Heeft het met leeftijd te maken? Met volwassenheid? Of is het besef eindelijk tot je door gedrongen dat niet elke droom uit komt. Wat maakt het dat je opeens van alles-naar-‘later’, naar ‘nu’ verschuift of gewoon niet meer doet. Hebben we ons zelf geconditioneerd? Zijn we onbewust naar ons zelf toe allemaal een kleine Pavlov geweest? Pavlov? Of eerder Skinner. De operante versie. Omdat onze dromen niet uitkomen, dromen we niet meer? Omdat onze handeling gecombineerd wordt met een negatieve lading, doen we die handeling niet meer. We dromen niet meer over later omdat later nooit komt, of omdat het later is en de droom niet uitgekomen is.

Ben je naïef te noemen als je op zeker leeftijd nog steeds in je eigen dromen gelooft? Dat je op je 30e nog steeds spreekt over ‘later als ik groot ben’. Dat jij dan als enige 30 jarige nog niet door hebt dat later niet komt of dat je dromen niet uitkomen. En natuurlijk worden we ouder, het later heeft dan ook geen betrekking op het ouder worden, maar de tijd die men nodig heeft om zijn droom te verwezenlijken. En omdat tijd zo lekker relatief is, kan een ieder ook zelf bepalen wanneer later is en wanneer niet. Er kan geen leeftijd aan gehangen worden.

Zou ‘later als ik groot ben’ niet beter kunnen verdwijnen uit de maatschappij. Ik denk dat we daar meer mee opschieten dan zwarte Piet de deur te wijze. Later als ik groot ben, dan wil ik een prinses zijn. Nou ik zou depressief worden als ik geen prinses zou worden. Ik zou er van leren dat dromen en wensen hebben, verdoen van je tijd is. Of heb ik een gebrek aan realiteit en relativeringsvermogen?

Ik ben nu eindelijk zover dat ik nu ook weet dat ‘later als ik groot ben’ net zo’n fabeltje is als Sinterklaas. Je gelooft erin en opeens is er iets in je directe milieu dat je geloof verstoord, je uit de droom haalt en je op basis van vertrouwen overhaalt te stoppen met geloven. Tja met keiharde bewijzen kwamen ze niet toen mijn tante en oom vertelde dat Sinterklaas helemaal niet bestond. Het was niet dat ze een Sinterklaas ontvoerd hadden en deze stuk voor stuk ontleden van zijn verkleedattributen. Ik heb dat klakkeloos aangenomen, ben naar mama gerent en die bevestigde het ook. Niks geen bewijzen. Nu is er één ding wat wel gebeurd ‘later als je groot bent’, het vertrouwen in andere verdwijnt. Er zullen dus meer bewijzen moeten komen, eer ik van mijn eigen geloof wil afstappen. Want eigen geloof is het sterkste wat er is, vooral bij dwarskoppen als ik.

Dus zo lang je in jezelf gelooft,  meerdere dimensies van realiteit hebt en een tikkeltje optimistisch bent, kun je nog heel lang door gaan met ‘later als ik groot ben’. En het is niet naïef, het is juist laten zien dat je bestand bent tegen (negatieve) conditionering. Het is geloven in jezelf, en dat is iets heel anders dan beloven aan jezelf!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *